Het bos, de Oude Warande, staat ineens vol met allerlei spul. Nee, het is geen afval, geen vandalisme; het gaat hier om Kunst, met hoofdletter K nog wel. De gemeente Tilburg achtte het blijkbaar nodig mijn achtertuin vol te zetten met allerhande decoraties. Ik voel me vereerd, maar het was er mijns inziens al mooi
genoeg, ook voordat er midden in het bos ineens een hele grote bal van blikjes en ander metalig afval stond, dat op gezette tijden begint te zweten. Ik had het heel goed zonder beelden van dassen en vossen, rondsjouwend met afval, kunnen doen, want de boodschap gaat op mij verloren. Misschien is de overkoepelende boodschap van dit project dat je geen afval in het bos moet achterlaten; ik hoop dat de kunstenaars de ironie inzien van het feit dat het bos nu juist vol met troep staat.
Ik maak er zoals vaker op zondag een ochtendwandeling om wat tot rust te komen, en me te orienteren op het schooljaar dat morgen in alle hevigheid zal losbarsten, maar er zijn al te veel mensen, aangetrokken door deze Kunst, die hun vrije dagen in het bos willen doorbrengen. En ze nemen allemaal hun honden mee. Tot twee keer toe zie ik me gedwongen op de vlucht te slaan omdat een golden retriever me op de hielen zit. Vergeet wat je in films ziet: die beesten zijn vinnig!
Ik snap het niet; de Kunst is zo volstrekt willekeurig in het rond gemikt; aan de meeste stukken zou je haast voorbij lopen; alleen de meest vastbesloten kunstliefhebbers wagen zich met hun honden het struikgewas in om de verborgen beeldhouwwerken te zien. Ik waan me in de Middeleeuwen, toen struikroverij welig tierde, alleen in plaats van ‘je geld of je leven’ hoor ik nu ‘Yvonne, heb jij het fototoestel?’.
In de vijver in het zuidwesten van het bos drijft verder nog een bed. Al een paar keer ben ik er langs gelopen met de gedachte daar maar in te gaan slapen als de bewaking nog eens moeilijk doet, alleen zal ik er waarschijnlijk een nat pak aan over houden en ik weet niet of ik dat wil, gezien het feit dat ik maar een stuk of vier verschillende bloezen en shirts heb, waarvan een paar setjes verspreid liggen op strategische plekken in de universiteit (het zijn geen merkkleren, dus ga ze nu alsjeblieft niet met zijn allen lopen zoeken).
Afijn, mochten jullie dus op een dag dat waterbed in de Oude Warande passeren en er een luid gesnurk horen, maak me dan vooral niet wakker.

“Maar het wordt echt in toenemende mate vervelend zelfs”, zei Toon, “Rare ongelukken. Gisteravond, toen ik onder die bibliotheekbrug heen liep pleurde er ineens een halve stoeptegel naar beneden. Ik kreeg dat onding haast op mijn schouder. Ik had godverdomme wel pijn aan mijn schouder kunnen hebben ook.”
rechtenstudenten voor goederentreinen te duwen, en daar word ik gewoon heel pissig van. Pissig en een beetje bang. Je had er bij moeten zijn, denk ik.”
Inderdaad: de overgebleven roeiboten dreven scheef en half verzonken langs de oever. Een kakelend gelach galmde over het water, terwijl de boot van de vandalen langzaam uit zicht verdween en de VIDAR-leden machteloos toekeken. Een van hen huilde een beetje, maar iedereen was te geschokt om hem uit te lachen.






