Ik kreeg een gratis lunch, en alles dat ik ervoor hoefde te doen was een kort essay insturen naar de een of andere schrijfwedstrijd. Het was een fraaie deal. Even voelde ik me een mens tussen de mensen, even hoefde ik niet meer de keuken in te sluipen terwijl iedereen aan tafel zat. Niet langer hoefde ik de taart van de vensterbank te stelen; zij werd me nu geserveerd.
Het verhaal dat ik had ingestuurd (onder een valse naam uiteraard) was voor een verhalenwedstrijd over e-books. De bibliotheek zal blijkbaar over enige tijd overstappen op e-books, een elektronische vorm van boeken opslaan en lezen, waarna alle reguliere boeken er uit gaan. Ik geloof dat in de Universiteitsraad al min of meer is kortgesloten dat de boeken medio 2009 zullen worden verbrand bij een groot vreugdevuur op de universiteitsparkeerplaats, waar in principe iedereen voor uitgenodigd is. Bij die gelegenheid kan iedereen ook zelf zijn boeken meenemen om ze te verbranden: hierna zal het naar ik heb vernomen verboden zijn om met een boek over de campus te lopen.
Afijn, van de teloorgang van het geprinte woord zal ik niet wakker liggen, aangezien ik de digitale schrijfvorm al lang heb omhelsd, zo blijkt ook uit het feit dat ik dit weblog bij houd.
De prijsuitreiking van de wedstrijd, die met een lunch in de Tilbury’s werd gevierd, was vandaag en ik arriveerde ruim op tijd.
“En waarvoor komt u?”, vroeg een vrouw bij de ingang.
Bijna had ik me versproken en ‘gratis lunch’ gezegd, maar ik wist me op tijd te herstellen, en zei: “Ik ben hier voor de e-books prijsuitreiking.”
Terwijl we stonden te wachten op de andere deelnemers vroeg ik een van de juryleden of er nog vaker dit soort prijsuitreiking-gerelateerde lunches zouden zijn. Ze wist het nog niet, maar het is in ieder geval iets om in de gaten te houden. Ik het verleden heb ik ook wel eens deelgenomen aan diverse Wintercourses, waarbij de deelnemers ook in de Tilbury’s werden gevoed. Soms is het zo fijn om als een mens aan tafel te zitten.
Het was geen verrassing dat mijn verhaal niet won. Ik was erg gemakzuchtig te werk gegaan en had mijn bijdrage grotendeels samengesteld uit delen van ingezonden brieven die ik op de site van het Brabants Dagblad vond. Het waren niet eens noodzakelijk brieven over e-books. ‘Ik moet niets hebben van e-books’, luidde mijn essay ongeveer, ‘Want ze zijn slecht voor je ogen, en mijn schoonbroer is er aan overleden. Een boek hoort er gewoon bij. Niet voor niets is een boek een symbool van kennis. Ik hoop dat de Amerikaanse economie stand houdt. Met vriendelijke groet, Frits Vissers, Goirle.’
Daarna was er dan goddank die lunch. Ik heb mijn bord volgeladen met van alles: omeletten, kroketten, broodjes, salades, eieren. Wat er niet meer bij paste heb ik in mijn zakken meegedragen. Ik betrapte me er op dat ik haastig at en rondkeek of ik de bewaking zag, maar na er even gezeten te hebben besefte ik dat dit niet nodig was, dat ik op mijn gemak kon eten. Het voorzichtige, onzekere leven op de campus heeft een soort van wilde van me gemaakt, denk ik.
Pas bij het vertrek werd ik aan mijn status als campus-schemerling herinnerd. Ik had mijn jaszakken en rugzak volgestopt met alles wat ik kon vinden; een stuk of zes eieren, een tiental plakken kaas; ik had zelfs wat yoghurt in een plastic zakje geschept. Bij de uitgang van de Tilbury’s werd ik echter opgewacht door een tweetal personeelsleden. Ze vroegen me mijn zakken leeg te maken.
“Er zit niets in mijn zakken”, bleef ik volhouden.
“We kunnen het risico niet nemen”, zei een personeelslid, “Het gebeurt te vaak dat mensen denken dat ze hier met theezakjes of zelfs bestek kunnen vertrekken. Het ergst zijn de professoren. Van hen verwacht je beter, maar ze zijn zo goedkoop als wat.”
Dus bracht ik het gestolen eten weer op tafel. Ik voelde me net een goochelaar terwijl ik vanuit de vreemdste delen van mijn jas eieren te voorschijn toverde. Met een laatste minachtende blik lieten ze me ten slotte gaan. Het enige dat ik heb kunnen meesmokkelen is een croissantje (verborgen in mijn capuchon), maar die bewaar ik denk ik voor een bijzondere gelegenheid, zoals Kerst of Oud en Nieuw.





