Het is 28 april. Veertig jaar zijn verstreken sinds studenten enige tijd de campus bezetten om te protesteren. Het lijdend voorwerp van hun protesten schiet me even niet te binnen. Vietnam? Chili? Nazi-Duitsland?
De hele dag loop ik met een onrustig gevoel rond. Vandaag zou de dag zijn dat de oude heren die ik eerder in de mensa heb afgeluisterd namens de studentenmassa de Universiteit opnieuw zouden bezetten. Het spreekt voor zich dat ik hier niet bepaald op zit te wachten. Niet nog meer bemoeials op mijn fraaie campus!
Hoe moet het zijn om op een bezette Universiteit te leven? De studentenmilitia die over de campus patrouilleren, knuppels en tomaten in de aanslag. Een mensa die met voedselbonnen werkt. Toiletten en keukens die langzaam verslonzen, want geen student gaat zijn eigen rommel opruimen.
Ik besef dat ik koste wat kost moet voorkomen dat de Unie opnieuw wordt bezet. Al snel zou echter blijken dat mijn ingrijpen geenszins nodig was.
Rond een uur of twee kwam een zevental oude mannen naar gebouw Vigilant gestruind. Zij droegen vlaggen en ploertendoders, kwamen met strakke gezichten naderbij. Deze mannen waren iets van plan, en zij zouden voor niemand wijken!
“He? Wat moet dat?”, vroeg de bewaker genaamd rattengezicht. Hij kwam het bewakingsgebouw uitgelopen.
“Wij bezetten deze Universiteit!”, riepen de oude mannen in koor, de handen over elkaar, “Het is tijd om een klus af te maken die veertig jaar geleden is ingezet. Het is tijd om de Universiteit terug te geven aan de studenten. Zwijg, autoritair bewind! Zwijg, schijn van Medezeggenschap! Zwijg, Minister Plasterk! Wíj leggen de macht weer bij de student! Ja, wij bezetten deze Universiteit!”
“Nee. Dat doen jullie niet. Ga weg.”, zei de bewaker.
Het was duidelijk dat de oude mannen op deze felle tegenstand niet gerekend hadden. Ze stribbelden nog even tegen, mompelden boos, maar toen de bewaker een paar stappen hun richting in zette bliezen zij sip de aftocht. Bezetting afgewend.
Een van hen sprak een voorbijgaande student aan. “Zie je dit nou? Het autoritaire bewind dat probeert een opstand neer te slaan? Wat denk je als je zoiets ziet?”
De student haalde zijn schouders op. “Ik weet niet?”
“Voel je niet de neiging om ons bij te staan?”
De student haalde weer zijn schouders op. “Kweenie… Levert het ECT op?”
“ECT? Neen, dat niet. Maar wel… maar wel levenservaring!”
Opnieuw schouders. “Dat zegt me nou effe niet veel. Ik moet nu voor mijn tentamen studeren. Als die harde knip er komt ben ik anders flink de Japie! Oeioeioei!” Hij liep vlug verder, nagekeken door de oude mannen. Een van hen barstte in huilen uit.
Ja, in veertig jaar is er veel veranderd.

daarstraks wel een manshoge haas de bossen in verdwijnen…”