Mijn uitgever Geert de Groot mailde me enkele covers die hij eigenhandig had gemaakt voor andere boeken die Book-o-Look dit jaar had uitgebracht. Hij wilde weten welke stijl me het beste beviel voor de voorkant van het Schemerhandboek. Alsof ik het nog niet druk genoeg heb…
“Ik heb vaak wat tijd over op mijn werk”, schreef hij, “Dus dan ga ik wat met paint en photoshop in de weer. Ik hoop dat het je wat lijkt.”
Ik heb de covers even doorgenomen. De eerste heeft nog het meest weg van een publicatie uit de Boeketreeks. Is mijn leven een aflevering uit een Boeketreeks? Ik mag toch hopen van niet. Natuurlijk: er zaten zo nu en dan wat weeïge romantische scènes in, maar ik zie mijzelf niet als een prins op enig al dan niet wit paard.
De tweede komt van een griezelboek. Ik zou mijn Schemerhandboek eerder omschrijven als een griezelboek dan als enig ander genre. Een hoop duister gedoe in de schaduwen. Monsters in kooien beneden de Universiteit. Vampiers.
Deze dan. Een eerste cover voor het Schemerhandboek zelf. Deze is beslist te druk. Er gebeurt te veel op, en ik denk dat dit het gedeelte van mijn doelgroep dat geen ADHD heeft zal afschrikken. Ik kan niet eens lezen wat nu eigenlijk de titel hoort te zijn. Bovendien leek het voorwoord van bisschop Muskens me wat uit de lucht gegrepen. Ik besloot Geert er over te bellen.
“Bisschop Muskens? Wat heeft die er mee te maken?”
Geert zat blijkbaar net ergens (waarschijnlijk boven zijn budget) te dineren, en sprak met volle mond. “Mooi he? Een vriendin van me heeft voor hem gewerkt en zo hebben we hem weten te strikken voor het schrijven van een voorwoord.”
“Wat heeft hij met schemeren te maken?”
“Niet iets als zodanig. Maar het helpt altijd als je een beroemdheid kunt aanvoeren. Dit wordt een grote boost voor de verkoopcijfers, Scheem! Hij heeft zelfs al wat op papier gezet. Hier, ik lees het voor. ‘Gezegend is hij, die een leven lang in het teken stelt van God, want hij weet dat hij zich mag troosten in de genade des Here. Hij weet dat hij recht op zijn pad kan gaan, zonder ooit ten prooi te vallen aan de valse beloften van Satan.’
“…Dit heeft helemaal niets met mij te maken!”
“… een beetje wel, toch? Dat ‘hij’, dat verwijst naar jou, en je eh… worsteling. En God staat voor de campus, zoveel is ook duidelijk. En de Satan, dat is Toon natuurlijk.”
“Wéét bisschop Muskens dat hij dit voorwoord heeft geschreven?”
“Vast wel. En er staat niets tussen dat hij zelf niet ooit eerder heeft gezegd. Hartstikke leuk, jongen. Dit boek gaat er komen. Het gaat er komen! Daar ben ik zeker van. Oh en hee, ik heb trouwens nog een berenklem voor je geregeld, zoals je schreef in het Schemerhandboek, via een neef van me. Dan kun je gelijk je campus leven nog wat spannender maken! Vallen zetten, en wat niet al…”
Verongelijkt hing ik op. Mijn campusleven is al spannend genoeg.
“Ik, Toon Kopmans van Habakuk, kom echter met een oplossing. Bij deze stel ik het Schemerling Preventie-Opsporings Team op, ofwel SPOT, een viertal dappere jagers dat de Schemerling zal gaan opjagen en, zo mogelijk, vernietigen! Laat hem de studenten maar eens lastig proberen te vallen, dan komt hij van een koude kermis thuis! AHAHAHAHAHAHAHAHA. Kom maar naar voren.”
Van Dijk was ruim tien minuten te laat, en toen hij eindelijk binnen kwam begonnen de studenten onbeschaamd te lachen. Hij droeg dan ook twee verschillende wanten en had zich niet geschoren die dag, en leek erg verbaasd dat er mensen waren komen opdagen voor zijn college.