Het is uitgekomen. De Chinezen hebben alles systematisch laten uitlekken. Toon Kopmans’ corruptie op grote schaal is uitgekomen, het feit dat zijn vereniging knokploegen inzette om haar doelen te bereiken, het feit dat hij met bedrog aan de macht was gekomen.
Het begon met subtiele klachten die bij de diverse Universiteits-instanties werden ingediend. Praeses Kopmans zou zijn stemmen hebben gekocht, praeses Kopmans zou zijn macht hebben aangewend om studenten persoonlijke gunsten aan hem te laten verrichten, praeses Kopmans zou de ledenaantallen van zijn vereniging hebben vervalst, praeses Kopmans zou in samenwerking met de Bulgaarse mensenhandelaars verschillende jonge meisjes de prostitutie in hebben gedwongen, praeses Kopmans zou op de Habakuk-kamer voldoende explosieven hebben verborgen om gebouw C op te blazen. De Chinezen wisten hoe ze een gerucht moesten verspreiden; binnen enkele dagen ving ik op de wandelgangen verschillende gesprekken op over de excessen van Toon Kopmans.
Daarna kwamen de meer tastbare bewijzen. Bij de redactie van de Univers werden bandopnamen geleverd, met gesprekken tussen praeses Kopmans en een tweede persoon, die niet te verstaan was. Hierop was duidelijk te horen hoe de praeses opdracht gaf om zijn tegenstanders te bedreigen, af te luisteren zelfs!
“Plaats die fokkin afluisterapparatuur nou maar, stelletje teven! Zo moeilijk kan het toch niet zijn om bij Vidar in te breken, het is in de middle of fokkin nowhere! Fokkin hel, waarom moet ik met zulke zultkoppen werken?”, was er te horen, “En daarna wil ik dat jullie bij FONS inbreken. En laat het zo lijken dat fokkin BRAM er achter zit, en niet de gaafste persoon van de campus!”
“Dat kan iedereens stem zijn!”, had de praeses ter verdediging aangevoerd, maar de Universiteitsraad had het niet gekocht. De Minachtende Habakuk verloor haar medezeggenschap in de Raad. Een eerste klap was uitgedeeld.
De tweede klap kwam niet veel later. Vandaag heeft zijn vereniging het vertrouwen in hem opgezegd. “Een professionele operatie als Habakuk kan het zich niet veroorloven geassocieerd te worden met een geweldenaar als Toon Kopmans”, zo verklaarde de nummer twee op de lijst Habakuk, ene Mordechai.
Ik keek vanaf een afstandje toe hoe Toon zijn kap en mantel officieel werden afgenomen. Een groep mensen, waaronder zijn partijleden, had hem op staan wachten bij de kamer van Habakuk. Ook enige redacteurs van de Univers en andere bewindspersonen waren erbij, en zelfs de rector en een rolstoelgebonden Luuk van Dijk, terwijl Toon raasde en tierde over de onrechtvaardigheid die hem was aangedaan.
“Ik hoop dat jullie blij zijn, zultkoppen! Jullie gaan het missen, dat verzeker ik je! Vanaf nu hebben jullie Toon Kopmans niet meer om in het rond te schoppen! Okee, misschien ben ik een schoft, een klootzak, een doortrapte, gehaaide bastaard, maar zie het goddomme maar eens zonder mij te redden! Diep van binnen hebben jullie behoefte aan een Machiavelli, die doet wat gedaan moet worden, goedschiks of kwaadschiks!” Hij begon als een gek in het rond te zwaaien, schuimbekkend van woede. “We leven in een wrede wereld. Denk niet dat deze campus zich daaraan kan onttrekken! Wie gaat jullie beschermen? Jij, Luuk van Dijk?”
Hij spoog die arme Luuk recht in het gezicht. KLETS! “Nee, die taak is aan Toon Kopmans! Ik draag een grotere verantwoordelijkheid dan jullie je ooit kunnen voorstellen! Het schijnt jullie ongetwijfeld grotesk en onvoorstelbaar toe, maar mijn bestaan redt levens! MIJN BEWIND REDT LEVENS! En jullie, jullie willen niet eens weten wat ik daarvoor doe! Jullie slapen beter zonder de waarheid te weten over de offers die ik dag in dag uit voor jullie maak! JULLIE KUNNEN DE WAARHEID NIET AAN!”
Het was min of meer de speech uit ‘A few good men’, op een paar punten veranderd. Niemand nam hem serieus. Toons ambtssymbolen gingen in vlammen op.
“Nu wil ik nog even het woord nemen”, verklaarde de rector nadat Toons kap was verbrand, “De Universiteit bekwaamt zich op de moreel juiste gesteldheid van haar studenten. Zij vindt het daarom des te erger als er zo’n rotte appel als deze tussen blijkt te zitten. Hier wil de Universiteit graag iets tegenover stellen. Vanaf nu is deze student bepaalde rechten kwijt; hij is min of meer vogelvrij. De mensa hoeft hem niet meer te bedienen, docenten mogen hem voor hun colleges weigeren, en het staat studenten vrij hem ongestraft een klap voor zijn kop te geven als zij daar zin in hebben. Ik dank u voor uw aandacht.”
De rector blies de aftocht, nagestaard door een woedende Toon.
Mijn tegenstander is kapot gemaakt. Maar het is nog niet genoeg.
Als ik hem de volgende dag weer in de mensa tref begint hij woest te stampvoeten en me een hater te noemen, tot een kok hem vraagt te vertrekken. Iets meer dan een week later trapt hij ook nog eens in een berenklem.
Ik heb de covers even doorgenomen. De eerste heeft nog het meest weg van een publicatie uit de Boeketreeks. Is mijn leven een aflevering uit een Boeketreeks? Ik mag toch hopen van niet. Natuurlijk: er zaten zo nu en dan wat weeïge romantische scènes in, maar ik zie mijzelf niet als een prins op enig al dan niet wit paard.
De tweede komt van een griezelboek. Ik zou mijn Schemerhandboek eerder omschrijven als een griezelboek dan als enig ander genre. Een hoop duister gedoe in de schaduwen. Monsters in kooien beneden de Universiteit. Vampiers.
“Bisschop Muskens? Wat heeft die er mee te maken?”
“Ik, Toon Kopmans van Habakuk, kom echter met een oplossing. Bij deze stel ik het Schemerling Preventie-Opsporings Team op, ofwel SPOT, een viertal dappere jagers dat de Schemerling zal gaan opjagen en, zo mogelijk, vernietigen! Laat hem de studenten maar eens lastig proberen te vallen, dan komt hij van een koude kermis thuis! AHAHAHAHAHAHAHAHA. Kom maar naar voren.”
Van Dijk was ruim tien minuten te laat, en toen hij eindelijk binnen kwam begonnen de studenten onbeschaamd te lachen. Hij droeg dan ook twee verschillende wanten en had zich niet geschoren die dag, en leek erg verbaasd dat er mensen waren komen opdagen voor zijn college.